31-05-05

Crema pasticcera (Banketbakkersroom of patisseriecreme)

     

  Ingrediënten : 4 eieren - 100 gr griessuiker - 75 gr bloem - 1/2 liter melk
voor de smaak : 1 vanillestokje of enkele citroenschilreepjes.

Bereiding :
Scheid de dooiers van het eiwit.
Doe de eierdooiers onmiddellijk in een pannetje.
Houd de eiwitten voor een andere bereiding of gebruik ze om de creme lichter te maken.
Warm de melk op en voeg de citroenschil of het in twee gesneden vanillestokje toe (Snijd het vanillestokje in de lengte in twee en doe de zwarte zaadjes direkt in de melk.)
Voeg de suiker bij de eierdooiers en klop goed dooreen.   Je moet enkele minuten blijven kloppen om een schuimige heldere creme te hebben.
Voeg de gezeefde bloem toe en meng goed dooreen.
Als het mengsel te dik is, kan je er 2 lepels koude melk bijvoegen en meng dooreen tot de bloem helemaal gemengd is.
Voeg de gezeefde melk bij de eierdooiers.   Roer onmiddellijk goed dooreen zodat de warme melk de dooiers niet doet stollen en klonters vormt.
Als je een homogeen mengsel hebt, zet je het pannetje op een heel laag vuur en blijf roeren tot de creme indikt.
Zeef de creme en dek af met transparante folie.  Laat afkoelen.

Je kan de creme op 2 manieren lichter maken :  Neem dezelfde hoeveelheid licht gesuikerde opgeklopte room als de patisseriecreme en meng dooreen.
Je kan ook stijfgeklopte eiwitten toevoegen.   Doe dit op het laatste moment.
Je kan natuurlijk ook de smaak veranderen : met koffie : op het einde voeg je 2 lepels oploskoffie in de kokende creme.
met cacao : vervang 1/4 van de bloem door 1 grote lepel cacao.

Buon appetito!

Recept : Cucina con me.

19:53 Gepost door 0 | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-05-05

Pasta frolla (boterdeeg)

Voor een perfekt boterdeeg, kies je beter een glutenarme bloem.  In veel recepten zegt men dat je beter de boter op kamertemperatuur gebruikt.  In dit recept gebruiken we echter boter uit de koelkast.
Het deeg moet vlug klaargemaaakt worden.  Vooraleer uit te rollen moet het deeg wat rusten.  Dit is nodig om het vet (dat voor de bereiding in stukjes gesneden is en op kamertemperatuur gebruikt wordt) terug te doen opstijven.
Als het deeg tijdens de bereiding zou verbrokkelen, kan je wat koud water of eiwit toevoegen.  Als het deeg echter breekt, kan je het weer aanstampen in de bakvorm.
Het deeg moet gebakken worden in een vorm die lichtjes ingeboterd en met bloem bestoven is.
Het deeg moet ca. 0,5 cm dik zijn als het eerst zonder vulling gebakken wordt, en iets dunner als het deeg al belegd is.
Het deeg mag 1 of 3 mm dikker zijn, als je er koekjes van wilt bakken.
Het deeg mag na het bakken nog lichtjes vochtig zijn, want tijdens het afkoelen wordt het toch harder.

  

   Ingrediënten : 
240 gr bloem - 160 gr boter - 80 gr poedersuiker - 2 eierdooiers - vanillesuiker
(Als je een droger gebak wil, gebruik je hele eieren in plaats van enkel de eierdooiers.) Eerst en vooral bereid je de boter. Met een groot mes snijd je eerst luciferdunne reepjes en dan blokjes.
 
   

De boter wrijf je samen met de bloem tussen de vingers, met een gebaar waarmee je centen aanduidt.

 Zo krijg je een korrelig resultaat zoals op de foto.

 
   

 Maak een kuiltje in het bloem-botermengsel en zeef er de suiker in.

 Voeg daarna de eierdooiers toe.

 
   

Voeg het gewenste aroma toe. (hier zijn geraspte sinaasappelschillen gebruikt).  Meng met een vork of een lepel.

 Zodra de eierdooiers volledig opgenomen zijn, bewerk je het deeg HEEL VLUG met de handen (Denk eraan : hoe minder je boterdeeg bewerkt, hoe beter), tot je een deeg hebt zoals op de foto.

 
   

Wikkel het deeg in een huishoudfolie en laat op een koele plaats (koelkast) minstens 1/2 uur rusten.

Rol het deeg met een deegrol uit tot een dikte van 1/2 cm.

 
    Boter een bakvorm van 24 - 26 cm lichtjes in.

Leg het deeg erin en snijd het overtollige deeg weg.
Druk het deeg aan. Prik enkele keren met een vork.
Leg bakpapier op het deeg en vul met gedroogde bonen (Je kan ze achteraf nog eens voor hetzelfde doel gebruiken).

 
   

Bak ca. 30 minuten in een oven van 180-200°C.

Beleg de taart naar keuze met confituur of met een pasteibakkersroom en fruit.

 

 

 Je kan er ook kleine taartjes van maken.  Rol het deeg uit met een deegrol tot een dikte van 1/2 cm.  Boter de taartvormpjes lichtjes in en bestrooi ze met bloem.  Leg het deeg erin en druk het goed aan.  Prik enkele keren met een vork en bestrijk met confituur (die mag niet te dun zijn).  Bekleed met linten van deeg.
Klop een eierdooier los en bestrijk het oppervlak hiermee.  Bak in een oven van 180°C tot het deeg goudbruin gebakken is.

 

 

Buon appetito!

Recept : Gennarino

20:22 Gepost door 0 | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Fragolino (Aardbeienlikeur)

Ingrediënten :
350 gr aardbeien - 350 gr suiker - 100 ml water - 350 ml alcohol - 1 vanillestokje

Bereiding :
Maak eerst de vanillesuiker.  Steek het vanillestokje in de suiker en laat dit 4 - 5 dagen zitten (je kan het vanillestokje achteraf nog gebruiken.)
Leg de aardbeien in een glazen bokaal met de alcohol, het water en de vanillesuiker.  Keer één keer per dag om.
Laat de aardbeien minstens 4 weken trekken.
Giet de likeur door een zeef in een fles.  Sluit hermetisch af en bewaar op een koele plaats.
Laat 6 maand rusten vooraleer te drinken.

Buon appetito!

Recept : Gennarino

15:57 Gepost door 0 | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-05-05

Strangolapreti - strozzapreti - strangulaprievete (priesterwurgers)

Het zou een verhaal van Baantjer kunnen zijn : de Cock (met cee-oo-cee-kaa!) en de moord op de priester, maar dat is het niet (tenminste dat denk ik toch). Je vindt de priesterwurgers niet in een verhoorkamer in de Warmoesstraat, maar wel op de menukaart van een Italiaans restaurant (als ze al een menukaart hebben natuurlijk). Omdat het een publiek geheim is dat priesters meestal dol waren (zijn?) op lekker en veel eten, deed het verhaal de ronde dat een napoletaanse priester , een echte smulpaap, uitgehongerd aan tafel ging en zich zodanig volpropte met deze lekkernij dat hij er (bijna) in stikte. Vandaar de naam. Of het verhaal waar is, betwijfel ik, want ook in Modena zou een priester bijna gestikt zijn in de pasta die daar dezelfde naam (strozzapreti) draagt en tijdens een van mijn eerste reizen naar Trentino beweerde de kok van het pensionnetje waar ik verbleef ook al dat één van hun priesters hetzelfde lot was ondergaan.


Voor de aardappelen algemeen verspreid waren, werden deze strangolapreti gemaakt met griesmeel, waardoor ze veel zwaarder waren om te verteren, wat natuurlijk kan verklaren waarom ze bijna de dood van menig priester betekenden.

Toch bestaat over de naam wel enige verwarring omdat de vlag hier verschillende ladingen dekt, want de betekenis mag dan wel dezelfde zijn, de vorm verschilt naargelang de streek.
In het noorden zijn strangolapreti broodknoedels en in Campanië betekent strangulaprievete aardappelknoedels (ook gekend als gnocchi). In de Abruzzen is het de naam voor extra lange spaghetti. In Modena betekent het dan weer een soort korte gedraaide pasta (te vergelijken met de trofie uit Genua).

Het basisrecept voor de strangolapreti zoals die in het Noorden opgediend worden (in Zuid-Tirol noemt men ze canederli) :

 

Ingrediënten :
500 gr snijbiet (mag ook met spinazie) - 400 gr oud brood - ca. 250 gr melk - 2 eieren - witte bloem - zout

Bereiding :
Snijd het brood in blokjes, week het in de melk en leg er dan een bord of een deksel op waarop je een gewicht legt. Laat het zo enkele uren weken. (opletten dat je niet al te veel melk gebruikt, zodat het brood niet "zwemt" in de melk. Giet eventueel de overtollige melk weg)

Maak de bladeren van de snijbiet of de spinazie schoon, meng ze met het brood en draai alles door een groentenzeef. Voeg daar de eieren en het zout bij. Meng alles heel goed dooreen. Leg dit mengsel dan op een met bloem ingewreven werkvlak. Zorg dat ook je handen goed ingebloemd zijn. Verdeel het deeg in 10 gelijke stukken. Rol elk stuk uit en vorm dan vingerdikke rolletjes. Vervolgens snij je blokjes (de gnocchetti of strangolapreti) van 2-3 cm. Kook ze dan met enkele tegelijk in kokend water met deksel op de pan. De gnocchi zijn klaar als ze bovendrijven (meestal 5 - 10 minuten).

Bij het maken van gnocchi is het belangrijk dat je voortdurend de gnocchi zelf, het werkvlak en je handen met bloem bestuift.
De typische vorm krijg je door stukjes van 2 - 3 cm te nemen. Je neemt een vork met lange tanden en de holle kant naar je toegekeerd. Dan neem je de 'gnocchi' en je drukt ze met je duim stevig tegen de tanden van de vork. Dan laat je ze naar beneden 'glijden' tot aan de steel. De ribbels die je zo krijgt zorgen ervoor dat de saus die je erbij serveert goed opgenomen wordt door de gnocchi.

Deze strangolapreti kan je nu opdienen met gesmolten boter met wat parmezaan en salie.

Smakelijk dus, maar geniet ... met mate, want je weet hoe het de priesters vergaan is.

Buon appetito!

20:55 Gepost door 0 | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |